Uitspraak
1 februari 2016, 15/6306 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college verlaagde haar bijstand per 1 juli 2015 met toepassing van de kostendelersnorm en stuurde hierover een besluit op 26 maart 2015. Appellante maakte bezwaar op 16 juli 2015, wat het college niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar broer haar post verzorgt en het besluit niet heeft ontvangen, waardoor zij de termijnoverschrijding zou kunnen verklaren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit naar het juiste adres is verzonden. Appellante heeft het vermoeden van ontvangst onvoldoende ontzenuwd met haar stelling dat haar broer het besluit niet heeft gezien. Hierdoor is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en blijft het bezwaar niet-ontvankelijk. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.