ECLI:NL:CRVB:2017:1004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet overleggen bankafschriften
Appellante ontving sinds 2008 bijstand en werd in 2015 door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam opgeroepen om bankafschriften te overleggen in het kader van een onderzoek naar mogelijke fraude. Ondanks uitnodigingen en gesprekken heeft zij de gevraagde stukken niet tijdig overgelegd. Het college schortte vervolgens de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat het college bevoegd was het onderzoek in te stellen, ook zonder concrete aanwijzingen van fraude. Appellante kon worden verweten dat zij niet binnen de hersteltermijn de bankafschriften had overgelegd, terwijl zij deze wel in bezit had.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de bijstand met ingang van 19 januari 2015 en wees het verzoek tot vergoeding van schade af. Er was geen reden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M. ter Brugge op 28 februari 2017.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.