Uitspraak
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.A.T.M. Brouns, mr. H. van Loo en mr. V.P.A. Dassen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond berekende het pgb op € 2.652,- en vorderde € 356,88 terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij pas in januari 2013 op de hoogte was gebracht van een nabetaling van € 371,71 en dat zij dit bedrag niet had kunnen verantwoorden omdat het geen pgb betrof. De Raad oordeelde echter dat alleen daadwerkelijk betaalde kosten voor goedkeuring in aanmerking komen en appellante had niet betwist dat zij € 2.652,- had verantwoord.
De Raad vond geen aanleiding om de belangenafweging anders te maken en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 356,88 van het persoonsgebonden budget over 2012.