Uitspraak
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.A.T.M. Brouns, mr. H. van Loo en mr. V.P.A. Dassen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat de definitieve berekening van het persoonsgebonden budget (pgb) voor de jaren 2008 tot en met 2012 centraal. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak uit 2012 waarin is vastgesteld dat het college een forfaitair tarief van € 15,50 per uur moet hanteren. Het college heeft dit tarief toegepast en een definitieve berekening gemaakt, waarbij het uitbetaalde bedrag en de verantwoordingen van appellante als uitgangspunt zijn genomen.
De rechtbank Limburg heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, met name omdat de indicatietijd van vijf uur per week niet ter discussie stond. In hoger beroep betwist appellante dit en stelt zij dat zij recht heeft op een hogere vergoeding. De Raad bevestigt dat de indicatietijd van vijf uur per week geldt en dat het college het pgb-tarief correct heeft vastgesteld. De totale berekening van het recht op pgb over de jaren 2008-2012 bedraagt € 16.336,91.
Echter, het college heeft niet alle betalingsgegevens over de volledige periode kunnen overleggen, met name ontbreken de betalingen van begin 2008 en eind 2012. Hierdoor is er onvoldoende inzicht in het feitelijk uitbetaalde bedrag. De Raad oordeelt dat het college het besluit moet herstellen door de ontbrekende betalingsgegevens te achterhalen en mee te nemen in de definitieve berekening. De zaak wordt daarom terugverwezen voor herstel van het besluit binnen zes weken.
Uitkomst: Het college moet het besluit over het pgb 2008-2012 herstellen wegens ontbrekende betalingsgegevens voor een definitieve berekening.