ECLI:NL:CRVB:2016:968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van WAO-uitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoeker heeft op 15 januari 2015 verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 november 2012 betreffende een aanvraag voor een WAO-uitkering. De oorspronkelijke aanvraag was door het UWV buiten behandeling gesteld omdat verzoeker niet verzekerd was ten tijde van de aanvraag, aangezien zijn dienstverband in 1992 eindigde en hij in 1993 definitief naar Marokko terugkeerde.
De Raad had eerder al een verzoek om herziening afgewezen omdat verzoeker enkel bekende medische stukken opnieuw aanvoerde zonder nieuwe feiten of omstandigheden. In dit nieuwe verzoek herhaalt verzoeker dezelfde gronden, wat niet voldoet aan de voorwaarden voor herziening volgens artikel 8:88 Awb Pro (oud).
De Raad overweegt dat het verzoek onredelijk laat is ingediend, aangezien het meer dan een jaar na bekendwording van de relevante feiten en de uitspraak is gedaan. Omdat geen nieuwe feiten zijn gesteld die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn en ontbreken van nieuwe feiten.