ECLI:NL:CRVB:2016:950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraken B3-medewerkers op bovenwettelijke werkloosheidsuitkering en passende functie
Betrokkenen, voormalige B3-medewerkers van een stichting die subsidie ontving van de provincie Overijssel, vorderden een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering en een passende functie bij de provincie nadat de stichting failliet ging en hun arbeidsovereenkomsten werden beëindigd.
Het college wees deze verzoeken af, stellende dat geen arbeidsverhouding met de provincie bestond en dat de B3-status alleen relevant was voor pensioenrechten. De rechtbank verklaarde de bezwaren van betrokkenen niet-ontvankelijk en oordeelde dat er geen besluiten in de zin van de Awb waren genomen waarop bezwaar mogelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college ten onrechte de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de brieven van het college een met een besluit gelijk te stellen schriftelijke weigering zijn. De Raad bevestigt echter dat betrokkenen geen rechtstreekse aanspraken kunnen ontlenen aan de B3-status of een toezegging van de provincie aan de stichting. Verzoeken om passende functies zijn geen besluiten en kunnen dus niet worden aangevochten.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze de bezwaren over de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering betreft, verklaart deze bezwaren gegrond, wijst de aanvragen af en veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkenen. De overige onderdelen van de uitspraak worden bevestigd.
Uitkomst: De Raad verklaart de bezwaren over de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering gegrond en wijst de aanvragen af, veroordeelt het college in proceskosten en bevestigt de overige onderdelen van de uitspraak.