Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de besluiten van 19 september 2013 en
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 21 maart 2005 diverse uitkeringen (WW, ZW en WIA). Het UWV startte een onderzoek naar vermeende onrechtmatigheden, waaronder autohandel en doorverhuur van woningen op naam van appellante. Het UWV concludeerde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en trok de uitkeringen met terugwerkende kracht in, gevolgd door terugvorderingen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, oordelend dat appellante werkzaamheden verrichtte en inkomsten had uit autohandel en woningverhuur zonder dit te melden. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden en dat zij slechts in twee gevallen betrokken was bij het op haar naam zetten van auto’s en het ondertekenen van huurcontracten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellante meer dan incidenteel betrokken was bij de genoemde activiteiten en dat sprake was van een vriendendienst. Verklaringen van appellante en haar ex-man, alsmede getuigenverklaringen, ondersteunden dit. Daarom werd geconcludeerd dat de inlichtingenplicht niet was geschonden en de intrekkingsbesluiten werden vernietigd. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekkings- en terugvorderingsbesluiten van de WW-, ZW- en WIA-uitkeringen worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van schending van de inlichtingenplicht.