ECLI:NL:CRVB:2016:915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor geduide functies
Appellant, die zich ziek meldde met psychische klachten, ontving een Ziektewetuitkering die het UWV per 25 september 2013 beëindigde op grond van een verzekeringsartsrapport. Appellant stelde dat zijn gezondheidssituatie verslechterd was en dat hij daardoor recht had op voortzetting van de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de medische gegevens geen verslechtering aantoonden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij geschikt was voor de eerder geduide functies, mede gelet op een aanstaande klinische opname. Het UWV stelde dat geen nieuwe medische gegevens waren overgelegd en dat de beoordeling per datum in geding moest plaatsvinden.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat het besluit van 5 maart 2013, waarbij geen WIA-uitkering werd toegekend, leidend is voor de beoordeling van de geschiktheid. Omdat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd die de belastbaarheid per 25 september 2013 onderbouwde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.