ECLI:NL:CRVB:2016:900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling laten bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs verzending hersteltermijnbrief
Appellante en haar partner dienden een aanvraag bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college vroeg om originele bankafschriften, maar stelde de aanvraag buiten behandeling omdat niet alle gevraagde gegevens binnen de gestelde termijnen waren verstrekt.
Appellante voerde aan dat zij de gevraagde gegevens wel had verstrekt en dat zij de tweede hersteltermijnbrief niet had ontvangen. Het college kon niet aannemelijk maken dat deze brief was verzonden.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende bewijs leverde van verzending en dat appellante daardoor niet in de gelegenheid was gesteld de ontbrekende stukken te leveren. Het bestreden besluit werd vernietigd en het college opgedragen een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen, waarbij appellante alsnog de gelegenheid moet krijgen de bankafschriften te overleggen.
Daarnaast werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit om de bijstandsaanvraag buiten behandeling te laten wordt vernietigd en het college moet een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen.