ECLI:NL:CRVB:2016:886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, sinds 2008 bijstandontvanger, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten na verhuizing naar een zelfstandige woning. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten als algemeen noodzakelijk worden beschouwd en uit het inkomen betaald moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat bijzondere omstandigheden, zoals psychische en lichamelijke klachten en beslag op de bijstand wegens schulden, niet waren meegewogen. Tevens stelde hij dat leenbijstand niet was overwogen.
De Raad overwoog dat inrichtingskosten incidenteel voorkomen en in beginsel uit het bijstandsniveau betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. De verhuizing was voorzienbaar, waardoor reservering mogelijk was. Schulden en beslag vormen volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheden. De vraag naar leenbijstand is pas relevant indien recht op bijzondere bijstand bestaat.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.