Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak 1;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 3.129,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van rechtbanken betreffende WIA-besluiten van het UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft in een tussenuitspraak de medische beperkingen bevestigd die ten grondslag liggen aan de besluiten van 26 maart 2012 en 5 februari 2014. Daarbij is geoordeeld dat de functies die aan appellant zijn voorgehouden, met uitzondering van de functie van machinaal metaalbewerker, passend zijn.
De Raad oordeelde dat het wegvallen van de functie van machinaal metaalbewerker geen invloed heeft op de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. De functies administratief medewerker, productiemedewerker textiel en samensteller kunststof en rubberindustrie zijn terecht als passend aangemerkt. Het hoger beroep tegen de eerste aangevallen uitspraak slaagt niet en wordt bevestigd.
Daarnaast is het verzoek van appellant om het UWV te veroordelen in de proceskosten in zaak 14/4889 toegewezen, omdat het UWV bij besluit van 9 december 2015 alsnog volledig tegemoet is gekomen aan appellant. De proceskostenvergoeding bedraagt € 3.129,-, bestaande uit kosten van rechtsbijstand, reiskosten en kosten van een rapport.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 3.129,-.