ECLI:NL:CRVB:2016:807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op gba-adres
Appellant stond sinds 19 augustus 2010 ingeschreven op een bepaald adres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba). De minister kende hem studiefinanciering toe op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek op 11 oktober 2013, waarbij bleek dat appellant niet daadwerkelijk op het gba-adres woonde, werd zijn studiefinanciering herzien met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 en werd een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant niet voldeed aan de woonverplichting van artikel 1.5 Wsf 2000. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zijn studiefinanciering op 8 oktober 2013 had stopgezet en dat hij tot begin oktober 2013 wel op het gba-adres woonde. Hij overhandigde verklaringen ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat appellant op het moment van het huisbezoek nog studiefinanciering ontving als uitwonende en dat het huisbezoek daarom rechtmatig was. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat hij vóór het huisbezoek op het gba-adres woonde, waardoor het wettelijk vermoeden van niet-wonen niet werd weerlegd. De herziening van de studiefinanciering was daarmee terecht en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering wegens niet-wonen op het gba-adres met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012.