ECLI:NL:CRVB:2016:77
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens onvoldoende inspanning voor goedkopere woonruimte
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor woonkostentoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur kende aanvankelijk een geldlening toe, maar stelde later vast dat appellant onvoldoende verantwoordelijkheid toonde omdat hij vanaf december 2012 niet genoeg had gedaan om betaalbare woonruimte te vinden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat huurtoeslag als een voorliggende voorziening geldt en dat bijzondere bijstand alleen kan worden verleend als men zich voldoende inspant om goedkopere woonruimte te verkrijgen.
Appellant had zich slechts bij één wooncorporatie ingeschreven en had niet gereageerd op beschikbare woningen, waardoor hij onvoldoende inspanningen had verricht. Zijn voorkeuren voor bepaalde woningen konden niet worden afgewenteld op de bijstand. De Raad concludeerde dat het college het beleid consistent had toegepast en dat het beroep niet slaagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.