ECLI:NL:CRVB:2016:76
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College bevoegd om bijstandsaanvraag buiten behandeling te stellen wegens ontbreken financiële gegevens
Appellant diende op 20 januari 2013 een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB. Tijdens het meldingsgesprek gaf hij aan sinds 2010 in het bedrijf van zijn broer te hebben gewerkt zonder arbeidscontract en dat het om zwart werk ging. Het dagelijks bestuur vroeg aanvullende financiële gegevens over de periode voorafgaand aan de aanvraag, die appellant niet binnen de gestelde hersteltermijn aanleverde.
Het college stelde de aanvraag op 22 maart 2013 buiten behandeling wegens het ontbreken van de benodigde gegevens. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat hij alle redelijkerwijs beschikbare stukken had overgelegd, waaronder verklaringen van zijn partner en broer.
De Raad oordeelde dat een enkele verklaring over zwart werk onvoldoende inzicht geeft in de financiële situatie. Zonder objectieve, verifieerbare gegevens kon het college niet beoordelen hoeveel inkomsten appellant had en hoe zijn vermogenspositie was. Appellant kon geen feiten aanvoeren die het verwijt van het niet tijdig aanleveren van gegevens wegnamen.
Daarom was het college terecht bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde financiële gegevens.