ECLI:NL:CRVB:2016:733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet duurzaam gescheiden leven en onvoldoende financiële gegevens
Appellant, gehuwd met N., vroeg bijstand aan als alleenstaande, terwijl hij feitelijk nog gehuwd was en niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. Hij had zich in februari 2013 gemeld voor bijstand en verklaarde dat hij wilde scheiden zodra zijn financiële zaken geregeld waren. Het college van burgemeester en wethouders van Helmond weigerde de bijstand omdat appellant onvoldoende gegevens over zijn en de financiële situatie van N. verstrekte.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde en onvoldoende informatie had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij vanaf zijn terugkeer in Nederland duurzaam gescheiden leefde en dat zijn financiële situatie voldoende was toegelicht.
De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat de echtgenoten een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving nastreven, waarbij ieder zijn eigen leven leidt. Uit de feiten bleek dat appellant en N. financieel verweven bleven, hij zijn bankrekening ter beschikking stelde en pas ruim tien maanden na vertrek een echtscheidingsverzoek indiende. Ook werd onvoldoende informatie over de financiële situatie van N. verstrekt.
Daarom was appellant nog gehuwd en niet duurzaam gescheiden in de beoordelingsperiode, en was de financiële situatie van N. relevant voor de bijstand. Door de schending van de inlichtingenplicht kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen omdat hij niet duurzaam gescheiden leefde en onvoldoende financiële gegevens verstrekte.