Uitspraak
OVERWEGINGEN
Wat hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat de beroepsgronden niet slagen en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving in 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ. Het Zorgkantoor stelde het pgb vast op €12.860,-, waarvan €7.382,48 verantwoord werd en €5.227,52 moest worden terugbetaald. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard vanwege gebrekkige verantwoording.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de facturen van zorgverleners onvoldoende gespecificeerd waren en niet voldeden aan de Regeling subsidies AWBZ (Rsa). Betalingen konden niet worden herleid tot de facturen, en er was geen zorgplicht voor het Zorgkantoor om de administratie van appellante over te nemen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde vast dat de facturen van de zorgverleners ZvT, [M.] en [P.A.] onvoldoende specificatie bevatten, betalingen niet overeenkwamen met de facturen en dat er geen sprake was van slechts geringe onvolkomenheden. Hierdoor was de lagere vaststelling en terugvordering terecht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de lagere vaststelling en terugvordering van het pgb wegens onvoldoende gespecificeerde facturen.