Uitspraak
12 december 2014, 14/1384 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, slechtziend en met diverse gezondheidsklachten, verhuisde vanwege renovatiewerkzaamheden aan haar huurwoning en vroeg een financiële tegemoetkoming op grond van de Wmo. Het college weigerde deze tegemoetkoming omdat de renovatie geen belemmering vormde voor normaal gebruik van de woning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de renovatie zes weken duurde en ook binnenshuis plaatsvond, wat volgens haar langdurige beperkingen veroorzaakte. Tevens betwistte zij de zorgvuldigheid van het medisch advies dat het college had ingewonnen.
De Raad oordeelde dat de woning geschikt was en dat de renovatie beperkt was tot circa tien werkdagen aan de buitenzijde, waarbij een modelwoning beschikbaar was. Het medisch advies was zorgvuldig en onderbouwd. De Raad vond geen reden om de renovatie als belemmering te beschouwen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de financiële tegemoetkoming wegens het ontbreken van een belemmering bij het normale gebruik van de woning.