ECLI:NL:CRVB:2016:709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indicatie AWBZ-begeleiding wegens voorliggende Zvw-behandeling
Appellante, bekend met een depressieve stoornis en verminderde intelligentie, vroeg op 3 juli 2013 een indicatie aan voor begeleiding op grond van de AWBZ. Het CIZ wees deze aanvraag af, omdat behandeling en geneeskundige begeleiding vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) voorliggend is op AWBZ-zorg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en dat oordeel is in hoger beroep bevestigd.
Appellante voerde aan dat haar vrije keuze in hulpverlening niet werd gerespecteerd, omdat zij geen vertrouwen heeft in de GGZ. De Raad oordeelde dat de voorgestelde behandeling bij Triversum en doorverwijzing naar de polikliniek effectief is en beperkingen kan verminderen. Begeleiding naar deze behandeling kan vanuit de Zvw worden bekostigd, en bij afwezigheid van een behandelaar kan de Wet maatschappelijke ondersteuning hulp bieden.
De Raad stelde vast dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante naast de Zvw-behandeling aanvullende AWBZ-begeleiding nodig heeft. Ook is de vrije keuze van behandelaar gewaarborgd, aangezien appellante zelf een behandelaar kan kiezen, bijvoorbeeld een vrijgevestigd psychiater. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor AWBZ-begeleiding bevestigd.