ECLI:NL:CRVB:2016:538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring verpleegkundige ondanks artrose en hartklachten
Appellante, werkzaam als verpleegkundige oncologie, meldde zich op 22 april 2013 ziek. Na onderzoek door een verzekeringsarts verklaarde het UWV haar per 5 augustus 2013 hersteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze hersteldmelding, waarop een verzekeringsarts bezwaar en beroep haar op 19 november 2013 opnieuw geschikt verklaarde voor haar eigen werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de juiste maatgevende arbeid was vastgesteld. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar artrose en hartklachten onvoldoende in acht waren genomen en dat haar werkzaamheden zwaarder waren dan aangenomen, met name door het duwen van bedden en rolstoelen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig was verricht, waarbij ook kennis was genomen van de behandelingen en bevindingen van de behandelende artsen. De arbeidsdeskundige had een uitgebreide beschrijving van de werkzaamheden gegeven, waaruit bleek dat zwaardere werkzaamheden sporadisch voorkwamen en dat appellante hulp kon inroepen.
Er waren geen nieuwe medische gegevens ingebracht die het oordeel van het UWV konden aantasten. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 5 augustus 2013 geschikt is voor haar werkzaamheden en verklaart het beroep ongegrond.