ECLI:NL:CRVB:2016:5141
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verzoek vergoeding gebitsrehabilitatie en invaliditeit Wubo afgewezen wegens onvoldoende beperkingen
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met lichamelijke invaliditeit, verzocht om vergoeding van kosten voor een nieuwe gebitsrehabilitatie en toeslag op grond van de Wubo. Eerdere aanvragen werden afgewezen omdat zij reeds een eenmalige gebitsrehabilitatie had ontvangen en de schade geacht werd te zijn hersteld.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd. De tandheelkundig adviseur had geadviseerd dat er geen medische noodzaak was voor een nieuwe vergoeding, maar de Raad vond dat het onderzoek adequaat was uitgevoerd en geen aanleiding gaf tot twijfel.
Ten aanzien van overige klachten zoals osteoporose en rugklachten werd erkend dat deze oorlogsgerelateerd zijn, maar het invaliditeitspercentage van circa 7% werd als onvoldoende beschouwd voor blijvende invaliditeit. De Raad stelde echter dat de feitelijke beperkingen in het dagelijks leven onvoldoende waren meegewogen.
De Raad vernietigde het besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak.