ECLI:NL:CRVB:2016:5098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijstandsverlening in de vorm van een geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellante diende in 2012 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), die aanvankelijk werd afgewezen vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Na bezwaar en beroep werd haar alsnog bijstand toegekend in de vorm van een geldlening. In 2013 volgde een nieuwe aanvraag waarbij het bestuur bijstand toekende in de vorm van een geldlening, gebaseerd op het oordeel dat appellante te snel op haar vermogen had ingeteerd en daardoor tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestuur onjuist is uitgegaan van de norm voor een alleenstaande in plaats van een alleenstaande ouder, en dat onvoldoende is gemotiveerd waarom bepaalde uitgaven als onverantwoord werden aangemerkt. Tevens is onvoldoende onderzocht of het bestedingspatroon van appellante redelijkerwijs een vervroegd beroep op bijstand rechtvaardigde.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het bestuur wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de motiveringen van de Raad. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Het bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot bijstandsverlening in de vorm van een geldlening wordt vernietigd en het bestuur wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.