ECLI:NL:CRVB:2016:5047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht bij WW-uitkering
Appellant had recht op een WW-uitkering die werd heropend na beëindiging. Hij begon werkzaamheden bij Co-Flex en meldde gedeeltelijke werkhervatting, maar gaf niet alle uren volledig door en meldde zijn werkzaamheden bij werkgever A helemaal niet.
Het UWV legde een boete op wegens het niet tijdig en correct melden van werkzaamheden. De rechtbank matigde de boete tot 50% van het benadelingsbedrag vanwege het ontbreken van opzet en grove schuld, maar erkende wel een schending van de inlichtingenplicht.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zijn plicht niet had geschonden en vroeg om verdere matiging vanwege zijn financiële situatie. De Raad oordeelde dat appellant niet volledig had gemeld en dat geen bijzondere omstandigheden tot verdere matiging leidden. De boete van €860 werd passend bevonden en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De boete van €860 wegens onvolledige melding van werkzaamheden tijdens WW-uitkering wordt bevestigd.