ECLI:NL:CRVB:2016:5031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens niet voldoen aan subsidievoorwaarden
Appellant, geboren in 2000, beschikte over een indicatie voor zorg van Bureau Jeugdzorg Friesland en had een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2013. Dit pgb werd met ingang van 12 september 2013 ingetrokken wegens het niet naleven van de verplichtingen die aan het pgb verbonden zijn.
Vervolgens werd een nieuwe indicatie afgegeven voor begeleiding en kortdurend verblijf voor de periode van 1 augustus 2014 tot en met 31 juli 2015. Het Zorgkantoor weigerde echter het pgb opnieuw toe te kennen, mede omdat appellant zich niet aan eerdere verplichtingen zou hebben gehouden en de indicatie ontoereikend was volgens de toepasselijke regelgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, met als reden dat bij een indicatie van minder dan tien uren per week geen pgb kan worden toegekend, en de uitzondering in artikel 2.6.3a van de Regeling subsidies AWBZ niet van toepassing is. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het pgb had geweigerd omdat het eerdere pgb was ingetrokken en niet ongedaan was gemaakt, waardoor geen aansluitende subsidieperiode kon worden aangenomen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb aan appellant wegens niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.6.3a Rsa.