ECLI:NL:CRVB:2016:4929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- J.J.T. van den Corput
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en integriteitsschending ambtenaar
Appellant was werkzaam als toezichthouder en buitengewoon opsporingsambtenaar bij de gemeente. Hij kreeg een finale waarschuwing wegens onbevoegd gebruik van een parkeerontheffing en het meenemen van gemeentelijke goederen. Later bleek dat appellant onder werktijd een lening van €150 had afgesloten bij een lokale ondernemer en slechts gedeeltelijk had terugbetaald. Tevens had hij deze ondernemer vooraf geïnformeerd over een aanstaande bouwcontrole, terwijl die controle onaangekondigd diende te zijn.
Het college legde appellant op grond van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het aangaan van de lening en het lekken van informatie de onafhankelijke positie van appellant ondermijnden en het vertrouwen in zijn integriteit ernstig schaadden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant zijn ambtelijke machtspositie had miskend en zich chantabel had gemaakt. Het ontslag was niet onevenredig gezien de aard en ernst van het plichtsverzuim en de herhaalde waarschuwingen en hulpaanbiedingen van het college. Het belang van integriteit en vertrouwen in de organisatie woog zwaarder dan het financiële belang van appellant bij voortzetting van zijn dienstverband.
De subsidiaire ontslaggrond wegens ongeschiktheid behoefde geen bespreking meer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.