ECLI:NL:CRVB:2016:4925
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-tijdige indiening en niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en het hogerberoepschrift niet binnen de gestelde termijn was ingediend.
Appellante deed hiertegen verzet en stelde dat zij het griffierecht wel had betaald en het hogerberoepschrift tijdig had ingediend. De Raad stelde vast dat het griffierecht niet was betaald en dat het hogerberoepschrift pas op 27 april 2015 was gedateerd en op 6 mei 2015 was ontvangen, terwijl de uiterste datum voor indiening 8 oktober 2014 was.
De Raad oordeelde dat appellante geen voldoende feiten of omstandigheden had aangevoerd om haar verzuim te weerleggen. Haar enkele verklaring volstond niet om het poststempel op de enveloppe te weerleggen, zoals volgens vaste rechtspraak vereist is.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van het verzet. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier N. Talhaoui.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wordt ongegrond verklaard.