ECLI:NL:CRVB:2016:4918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- E.W. Akkerman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-voorschot bij werkzaamheden als directeur-grootaandeelhouder
Appellant ontving vanaf 2 maart 2009 een WW-uitkering en kreeg toestemming om van 4 mei tot 31 oktober 2009 werkzaamheden te verrichten voor zijn eigen bedrijf, een B.V. Het Uwv verrekende 70% van de inkomsten uit arbeid met de WW-uitkering. Na beëindiging van de startperiode werd vastgesteld dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en werd € 13.845,- teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij onjuist was geïnformeerd over de verrekening, omdat hij dacht dat alleen de winst uit onderneming in aanmerking zou worden genomen, niet het belastbaar loon als directeur-grootaandeelhouder. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het Uwv niet verplicht was om appellant actief te informeren over de fiscale gevolgen van de gekozen ondernemingsvorm.
In hoger beroep handhaafde de Raad deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de werkcoach van het Uwv geen informatie gaf over de gevolgen van het kiezen voor een B.V. en dat appellant ook niet had aangegeven dat hij hierover geïnformeerd wilde worden. De regelgeving legt geen actieve informatieplicht op het Uwv. De verrekening vond plaats conform de wettelijke bepalingen, waarbij het belastbaar loon als directeur-grootaandeelhouder als inkomsten uit arbeid geldt. De Raad wees het beroep af en bevestigde de terugvordering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het te hoog ontvangen WW-voorschot op basis van het belastbaar loon als directeur-grootaandeelhouder.