ECLI:NL:CRVB:2016:4917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig cabineslijper, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek beperkingen vast in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische onderbouwing van de beperkingen voldoende was en appellant zijn stellingen niet met medische stukken ondersteunde. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij door lichamelijke en psychische klachten meer beperkt was dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook medicatiegebruik en medische verklaringen werden meegewogen. Er waren geen nieuwe feiten die een herbeoordeling rechtvaardigden. De geselecteerde passende functies waren medisch verantwoord en de bezwaren van appellant werden niet gegrond bevonden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering na een zorgvuldig en juist vastgesteld verzekeringsgeneeskundig onderzoek.