Uitspraak
6 november 2015, 15/4668 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
3 oktober 2014 afgewezen.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, had een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo. Het college wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat betrokkene recht had op opvang volgens de bed-bad-broodvoorziening.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad overwoog dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) een voorliggende voorziening is die voldoet aan de internationale verplichting tot opvang en daarmee de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. Betrokkene had van deze mogelijkheid op de hoogte kunnen zijn.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 december 2016.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd omdat opvang in een VBL een voorliggende voorziening is die de noodzaak van Wmo-opvang wegneemt.