ECLI:NL:CRVB:2016:488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemeld vermogen in onroerend goed in buitenland
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok deze bijstand in nadat uit onderzoek bleek dat appellant in het bezit was van een onroerend goed in Marokko met een waarde van circa € 77.760, wat boven de vrij te laten vermogensgrens van € 11.590 lag.
Appellant betwistte in hoger beroep dat hij eigenaar was van het huis en stelde dat hij het vermogen moest delen met broers en zusters. De Raad oordeelde dat appellant eigenaar was, mede gelet op verklaringen van het wijkhoofd en het feit dat de elektriciteitsrekening op zijn naam stond. Appellant had de inlichtingenverplichting geschonden door het bezit niet te melden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verwierp het hoger beroep. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemeld vermogen in een huis in Marokko wordt bevestigd.