ECLI:NL:CRVB:2016:469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Na een tussenuitspraak van de Raad op 17 april 2015 heeft het UWV op 7 mei 2015 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen.
Hierop heeft appellante bij brief van 7 juli 2015 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend en met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
De Raad heeft vervolgens overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante, begroot op €3.073, bestaande uit kosten van rechtsbijstand en kosten van een bedrijfsarts. De griffierechtkosten kunnen appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak is gedaan op 10 februari 2016 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.073 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.