ECLI:NL:CRVB:2016:4655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boete onterecht opgelegd wegens tijdige telefonische melding werkaanvaarding bij WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en meldde telefonisch op 4 juli 2013 dat hij per 1 juli 2013 fulltime aan het werk was. Later stuurde hij een wijzigingsformulier in met inkomstengegevens. Het dagelijks bestuur legde appellant een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat de melding niet via het wijzigingsformulier binnen een week was gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete, mede omdat het Boetebesluit socialezekerheidswetten pas vanaf 1 juli 2014 op de WWB van toepassing is. Appellant stelde in hoger beroep dat hij tijdig telefonisch had gemeld en dat het heffen van griffierecht geen schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert.
De Raad oordeelde dat appellant tijdig aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan door de telefonische melding, en dat het gebruik van het wijzigingsformulier slechts een schriftelijke bevestiging zou zijn geweest. Het dagelijks bestuur was daarom niet bevoegd de boete op te leggen. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het boetebesluit, en veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt vernietigd omdat appellant tijdig telefonisch heeft gemeld dat hij werkte.