ECLI:NL:CRVB:2016:4553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen van WWB-aanvraag wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellante diende op 17 oktober 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college verzocht haar meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en een loonstrook, die essentieel waren voor de beoordeling van de aanvraag. Ondanks meerdere verzoeken leverde appellante niet alle gevraagde stukken tijdig aan.
Het college stelde de aanvraag op 30 december 2014 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de benodigde gegevens ontbraken. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna zij in hoger beroep ging tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit van het college bevestigde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat appellante niet alle noodzakelijke gegevens had verstrekt en geen uitstel had gevraagd. De Raad verwierp het verweer dat het college de aanvraag had moeten afwijzen in plaats van buiten behandeling stellen en bevestigde dat het college niet onredelijk had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is buiten behandeling gesteld vanwege het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke gegevens.