ECLI:NL:CRVB:2016:4525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellant heeft op 25 september 2014 bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college heeft appellant verzocht om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften met NAW-gegevens en maandelijkse begin- en eindsaldi. Appellant heeft niet tijdig de gevraagde gegevens overgelegd, waarna het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college ook genoegen had kunnen nemen met transactieoverzichten en dat het beleid van het college om de aanvraag buiten behandeling te stellen in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel en het verbod op détournement de procédure.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht om bankafschriften met NAW-gegevens en begin- en eindsaldi heeft gevraagd, omdat deze gegevens essentieel zijn voor een juiste beoordeling van de financiële situatie van appellant. Transactieoverzichten zijn onvoldoende om de volledigheid en opeenvolging van de bankgegevens te verifiëren. Het college mocht de aanvraag buiten behandeling stellen omdat appellant niet tijdig de gevraagde gegevens heeft verstrekt en ook geen uitstel heeft gevraagd.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van de gevraagde bankafschriften.