ECLI:NL:CRVB:2016:4474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks gewijzigde rechtspraak over gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 2009, die in 2012 met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht en het voeren van een gezamenlijke huishouding met B. Het college vorderde de teveel ontvangen bijstand terug, deels ook van B. De rechtbank verklaarde het beroep van B gegrond en beperkte de terugvordering, maar stelde het intrekkingsbesluit jegens appellante onverminderd in stand.
Appellante verzocht om herziening van het intrekkingsbesluit op grond van de uitspraak in de zaak van B, waarin werd geoordeeld dat geen gezamenlijke huishouding bestond. Het college wees dit verzoek af en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat latere rechtspraak geen grond is voor herziening van een onherroepelijk besluit.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college misbruik van recht maakt door het oorspronkelijke besluit te handhaven. De Raad oordeelde dat het intrekkingsbesluit in rechte onaantastbaar is en dat de gewijzigde rechtspraak geen nieuwe feiten of omstandigheden oplevert die herziening rechtvaardigen. Het verzoek is daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het intrekkings- en terugvorderingsbesluit WWB.