ECLI:NL:CRVB:2016:4368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand in de vorm van geldleningen
Appellante heeft bijzondere bijstand ontvangen in de vorm van geldleningen en algemene bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond heeft bij besluiten terugvorderingen ingesteld wegens niet-nakoming van de betalingsverplichtingen. Appellante stelde bezwaar en beroep in tegen deze terugvorderingen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat het college bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder b, van de WWB, omdat appellante de verplichtingen uit de geldleningen niet was nagekomen. De rechtbank vond geen dringende reden om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij niet aan haar inlichtingenplicht heeft voldaan en dat de terugvordering haar in financiële problemen brengt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het geding zich uitsluitend richt op de terugvordering van bijzondere bijstand in geldleningen en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellante de verplichtingen niet heeft nagekomen en dat het college bevoegd was tot terugvordering. Er is geen aannemelijk bewijs dat het college in redelijkheid geen gebruik kon maken van deze bevoegdheid of dat er dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijzondere bijstand in de vorm van geldleningen wegens niet-nakoming van verplichtingen door appellante.