ECLI:NL:CRVB:2016:4346
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorzieningen verzorgingshuis wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, erkend als vervolgde in de zin van de Wuv, verzocht om voorzieningen voor opname en verblijf in een verzorgingshuis en voor verhuizing en herinrichting. Na onderzoek door een geneeskundig adviseur werd de aanvraag afgewezen omdat geen medische noodzaak werd vastgesteld.
Appellante maakte bezwaar en overwoog dat haar psychische klachten, waaronder depressieve klachten en PTSS, aanleiding moesten zijn voor toekenning van de voorzieningen. In beroep overgelegd psychiatrische rapportages werden door de Raad beoordeeld.
De Raad concludeerde dat appellante goed functioneert in haar huishouden, geen eenzaamheid ervaart en dat de psychische klachten stabiel zijn zonder dat opname in een verzorgingshuis medisch noodzakelijk is. De rapportages van psychiaters ontbraken een onderbouwing van sociaal functioneren, wat essentieel is voor het vaststellen van medische noodzaak.
Ook de niet-causale dementiële klachten waren onvoldoende om een indicatie voor opname te rechtvaardigen. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de weigering van vergoeding voor opname, verblijf en verhuis- en inrichtingskosten terecht is.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van voorzieningen voor opname in een verzorgingshuis en verhuizing wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van medische noodzaak.