ECLI:NL:CRVB:2016:4334
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gelijkstelling met vervolgingsslachtoffer op grond van leeftijdscriterium Wuv
Appellante, geboren in 1924 in Nederlands-Indië, vroeg in maart 2014 een uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat zij geen vervolging had ondergaan en niet voldeed aan de criteria voor gelijkstelling met een vervolgingsslachtoffer.
De kern van het geschil was of appellante, ondanks het ontbreken van directe vervolging, gelijkgesteld kon worden met een vervolgingsslachtoffer omdat haar vader ten gevolge van vervolging was omgekomen. De Raad overwoog dat de wet een dergelijke gelijkstelling toestaat indien het niet toepassen van de wet een duidelijke hardheid zou opleveren, waarbij onder meer wordt gekeken naar leeftijd en gezinsverband.
Verweerder had het beleid aangepast waarbij het criterium van gezinsverband was versoepeld, maar een leeftijdsgrens van maximaal 20 jaar aan het einde van de oorlog bleef gelden. Appellante was bij de Japanse capitulatie ouder dan 20 jaar, waardoor de gelijkstelling werd geweigerd.
De Raad oordeelde dat deze leeftijdsgrens niet onredelijk is en dat de Wuv niet bedoeld is om het leed van het omkomen van ouders te repareren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag op grond van de Wuv wordt afgewezen vanwege het leeftijdscriterium.