Uitspraak
De Raad heeft deze beslissing in het onderzoek betrokken (registratienummer 15/3793).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft besloten dat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op uitkering. Na bezwaar en beroep is het besluit van 7 februari 2013, waarin het UWV het verzoek tot herziening afwees, bestreden bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat de aanvraag van 11 augustus 2012 moet worden gezien als een verzoek om herziening voor de toekomst van het eerdere besluit van 15 november 2007. De Raad benadrukt dat het UWV bij dergelijke aanvragen deugdelijk onderzoek moet doen en de aanvraag toereikend moet onderbouwen. Appellante heeft relevante medische en psychologische stukken overgelegd die wijzen op een ernstiger beperking dan eerder aangenomen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft beperkingen vastgesteld die vanaf 2004 gelden, waaronder een verhoogde behoefte aan begeleiding en bevestiging tijdens werkzaamheden. De arbeidsdeskundige heeft echter geconcludeerd dat appellante geschikt is voor diverse functies met begeleiding. De Raad constateert dat de medische en arbeidskundige motivering onvoldoende is, met name ontbreekt een toelichting op de begeleidingsbehoefte en de geschiktheid van de leidinggevenden om deze begeleiding te bieden.
De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen en een nadere motivering te geven, waarbij ook de arbeidsdeskundige geraadpleegd moet worden. Het besluit wordt daarmee niet inhoudelijk vernietigd, maar terugverwezen voor nadere motivering en beoordeling.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de medische en arbeidskundige motivering van het besluit te herstellen.