ECLI:NL:CRVB:2016:4291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering langdurig verlof en stopzetting bezoldiging herplaatsingskandidaat defensie
Appellante is als herplaatsingskandidaat bij Defensie aangewezen en heeft zonder overleg een verlofperiode van tien weken opgenomen, terwijl gebruikelijk verlof circa drie weken bedraagt. De minister heeft het verlof geweigerd en de bezoldiging stopgezet wegens het niet nakomen van verplichtingen tijdens de herplaatsingsperiode.
De rechtbank heeft de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het SBK 2012 en het Persoonlijk uitstroomplan duidelijk maken dat verlof in overleg moet worden opgenomen en dat een aaneengesloten verlofperiode van tien weken niet passend is binnen de herplaatsingsinspanningen.
Verder is geoordeeld dat de bevoegdheid van de leidinggevende om verlof te weigeren niet wordt beperkt door het SBK 2012. De stopzetting van de bezoldiging is gerechtvaardigd op grond van artikel 35 van Pro het IBBAD, omdat appellante gedurende de verlofperiode niet aan haar verplichtingen voldeed en niet is verschenen op een gesprek.
Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van langdurig verlof en de stopzetting van de bezoldiging van appellante.