ECLI:NL:CRVB:2016:4284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig expeditiemedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant 33,06% arbeidsongeschikt is, minder dan de vereiste 35%, en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist was.
In hoger beroep betwistte appellant de beoordeling van de functie medewerker pluimveeslachterij (SBC-code 111172), met name het loon en de belasting door frequent reiken. De Raad onderzocht of deze functie mocht worden meegenomen in de beoordeling en wat de gevolgen zijn als deze functie vervalt.
De Raad concludeerde dat zonder deze functie de arbeidsongeschiktheid 33,76% bedraagt, nog steeds onder de 35%. De keuze van de reservefunctie is conform vaste rechtspraak en leidt niet tot recht op uitkering. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.