ECLI:NL:CRVB:2016:4156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie na overdracht onroerend goed
Appellante, die samen met haar ex-echtgenoot bijstand ontving, vroeg opnieuw algemene bijstand aan na beëindiging van de eerdere uitkering. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, mede vanwege onduidelijkheid over de verkoopopbrengst van vier woningen in Turkije die op naam van haar ex-echtgenoot stonden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk aan de voorwaarden voor bijstand voldeed. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd over de bestemming van de verkoopopbrengst en geen toereikende verklaring gaf over haar uitgavenpatroon, terwijl ook het huisbezoek en bankafschriften geen duidelijkheid boden.
Daarom werd geconcludeerd dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op algemene of bijzondere bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag algemene en bijzondere bijstand wegens onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevende omstandigheden.