ECLI:NL:CRVB:2016:413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks psychische klachten
Appellant is wegens psychische klachten uitgevallen voor zijn werk als schoonmaker en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de psychische klachten, waaronder depressie, pseudohallucinaties en angststoornis, voldoende waren meegewogen. De beperkingen zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en sluiten aan bij eenvoudige productiewerkzaamheden die appellant geacht wordt te kunnen verrichten.
Appellant voerde aan dat hij vanwege taalproblemen en fysieke beperkingen de functies niet kon uitvoeren, maar dit werd niet onderbouwd met medische gegevens. Ook werd geen aanleiding gezien voor het inschakelen van een onafhankelijke psychiater. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.