ECLI:NL:CRVB:2016:4124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ontslagbesluit wegens te late indiening
Appellant, werkzaam bij de gemeente Maassluis, maakte bezwaar tegen een ontslagbesluit van 31 juli 2014. Het bezwaar van 5 september 2014 betrof een brief over opschorting van een takenpakket, maar niet expliciet het ontslagbesluit zelf. Pas met een aanvullende brief van 9 oktober 2014 werd duidelijk dat het bezwaar zich richtte tegen het ontslagbesluit, maar dit was na het verstrijken van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend tegen het juiste besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat volgens artikel 6:5 Awb Pro het bezwaar binnen de termijn duidelijk moet zijn gericht tegen het besluit waartegen het bezwaar is ingesteld. De hersteltermijn voor het aanvullen van gronden geldt niet voor het verduidelijken van het bestreden besluit.
De Raad overweegt dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is en dat het ontbreken van een bezwaarclausule niet aan de orde is. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het ontslagbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.