ECLI:NL:CRVB:2016:411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie Persoonlijke Verzorging en Begeleiding Individueel AWBZ
Appellant, een kind met een verstandelijke beperking en forse ontwikkelingsachterstand, had een indicatie voor AWBZ-zorg voor Behandeling Groep en Begeleiding Individueel. Na bezwaar stelde het CIZ de indicatie voor Persoonlijke Verzorging vast op klasse 3, later verlaagd naar klasse 2, waarbij rekening werd gehouden met de gebruikelijke zorg van ouders.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het advies van de medisch adviseur onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat de indicatie te laag was vastgesteld, mede vanwege de benodigde zorg bij dagelijkse handelingen en het toezicht.
De Raad oordeelde dat het advies van de medisch adviseur zorgvuldig was gebaseerd op beschikbare medische informatie en dat de gehanteerde normtijden en aftrek voor gebruikelijke ouderzorg redelijk en inzichtelijk waren toegepast. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de vaste gedragslijn van het CIZ.
De Raad verwierp het beroep, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen deskundige benoemd omdat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende aanleiding gaven.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 januari 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indicatie voor Persoonlijke Verzorging en Begeleiding Individueel en wijst het verzoek om schadevergoeding af.