Uitspraak
9 oktober 2015, 15/1073 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van het koppelingsbeginsel in de Vreemdelingenwet 2000, had een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag bij besluit van 27 oktober 2014 af en verklaarde het bezwaar van betrokkene ongegrond bij besluit van 29 januari 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat betrokkene recht had op maatschappelijke opvang conform de bed-bad-broodvoorziening. Zowel betrokkene als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) een voorliggende voorziening is die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie en internationale verplichtingen. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie een voorliggende voorziening is die de noodzaak van Wmo-opvang wegneemt.