Uitspraak
29 september 2015, 15/490 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
5 augustus 2014 afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, had een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag op 5 augustus 2014 af en verklaarde het bezwaar van betrokkene op 14 januari 2015 ongegrond.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat betrokkene recht had op maatschappelijke opvang via de bed-bad-broodvoorziening. Zowel betrokkene als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) als een voorliggende voorziening geldt die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat opvang in een VBL een voorliggende voorziening is die de noodzaak van Wmo-opvang wegneemt.