Uitspraak
15.5382 WWB
OVERWEGINGEN
€ 27.989,08 van appellante teruggevorderd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 28 september 2011 aanvullende bijstand op basis van de Wet werk en bijstand (WWB) voor een adres waaruit later bleek dat zij daar niet feitelijk woonde. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Leeuwarden een onderzoek, waarbij onder andere dossieronderzoek, huisbezoek, verbruiksgegevens van nutsbedrijven en verklaringen van een bovenbuurman werden betrokken.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten over de periode 28 september 2011 tot en met 28 februari 2014 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de onderzoeksbevindingen een voldoende grondslag boden dat zij niet op het uitkeringsadres woonde. Appellante betwistte dit in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het lage waterverbruik, het ontbreken van verse producten en afvalcontainer, spinnenwebben in de keuken, weinig kleding in de kast en verklaringen van de bovenbuurman wezen erop dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Daarmee was het college terecht gehouden de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.