ECLI:NL:CRVB:2016:3989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bewindvoering en nalatenschap
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was benoemd tot bewindvoerder over zijn tante, die in november 2013 overleed. Hij heeft het college niet geïnformeerd over zijn bewindvoering en de nalatenschap, ondanks verzoeken om gegevens over zijn financiële situatie.
Het college heeft de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellant voerde aan dat het bewind een privé-aangelegenheid was en dat hij niet vrij over de gelden kon beschikken, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelt dat het niet melden van het bewind en de nalatenschap een schending van de inlichtingenplicht vormt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Daarom was intrekking en terugvordering terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.