Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een WAO-uitkering die per 25 februari 2013 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%, waarbij hij geschikt werd geacht voor functies zoals boekhouder, loonadministrateur, administratief medewerker en chauffeur personen. Op 18 maart 2015 meldde appellant zich ziek met klachten aan enkel, schouder, heup en ogen.
Een verzekeringsarts stelde op 13 april 2015 vast dat de belastbaarheid van appellant niet was verslechterd sinds het laatste onderzoek in december 2014. Het UWV besloot daarop dat appellant per 14 april 2015 geen recht meer had op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant op de datum in geschil geschikt was voor de in de WAO-beoordeling genoemde functies en dus geen recht had op Ziektewet-uitkering. Het medisch onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld, en er waren geen aanwijzingen dat de beperkingen van appellant waren onderschat. Ook werd geoordeeld dat appellant niet in zijn belangen was geschaad door het late indienen van het verweerschrift en dat het verzoek tot het horen van een getuige niet tot een ander oordeel zou leiden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op Ziektewet-uitkering per 14 april 2015.