Uitspraak
18 september 2015, 14/7714 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
4 juli 2014 afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van het koppelingsbeginsel in de Vreemdelingenwet 2000, diende een aanvraag in voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo. Het college wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene recht had op maatschappelijke opvang en vernietigde het besluit van het college.
Zowel betrokkene als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) als een voldoende en voorliggende voorziening geldt die de noodzaak van Wmo-opvang wegneemt. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie van de Raad.
Hoewel betrokkene niet werd toegelaten tot de VBL, acht de Raad dit niet relevant voor de beoordeling van het Wmo-verzoek, omdat tegen weigering tot opvang in een VBL beroep mogelijk is bij de vreemdelingenrechter en uiteindelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover beslist.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van maatschappelijke opvang op grond van de Wmo bevestigd.